Een professional kan nieuw lijken, terwijl hij al in je ATS of CRM staat. Andersom kan een profiel sterk lijken op een bestaand record, maar toch niet automatisch dezelfde persoon zijn.
ATS-statussen helpen om dat verschil sneller te zien.
Ze geven aan hoe NIXZ een professional herkent ten opzichte van je gekoppelde ATS, CRM of andere interne bron. Daardoor zie je tijdens het beoordelen niet alleen hoe goed iemand past bij je zoekopdracht, maar ook of deze persoon al bekend is binnen je eigen organisatie.
Wat een ATS-status je vertelt
Een ATS-status zegt iets over de overeenkomst tussen het profiel in NIXZ en de gegevens in je eigen systeem. Het is dus geen inhoudelijke beoordeling van de professional.
De status helpt je vooral om te bepalen of je een profiel direct kunt gebruiken, eerst moet controleren of nog niet in je ATS lijkt te staan.
De drie statussen
- Groen (vinkje): volledige match gevonden op basis van een social media URL of e-mailadres. Met hoge zekerheid gekoppeld aan een bestaand record in je ATS of CRM.
- Oranje (getal): één of meer mogelijke matches gevonden op basis van voor- en achternaam. Het getal geeft aan hoeveel potentiële matches er zijn. Extra controle is meestal nodig.
- Grijs (vraagteken): geen match gevonden in je ATS of CRM. De professional staat mogelijk nog niet in je systeem, of er zijn onvoldoende gegevens beschikbaar om een match te maken.
Waar je ATS-statussen tegenkomt
Je ziet ATS-statussen op plekken waar je professionals beoordeelt of vergelijkt, zoals in zoekresultaten en op het profiel van een professional.
In de resultatenlijst helpt de status om snel te bepalen of je een profiel direct verder kunt bekijken of eerst wilt controleren in je eigen systeem.
Hoe je de status gebruikt
Gebruik de ATS-status als extra signaal naast de matchscore en het profiel.
Een hoge matchscore vertelt dat iemand inhoudelijk goed lijkt te passen bij je zoekopdracht. De ATS-status vertelt of die persoon al bekend is, mogelijk dubbel voorkomt of juist nog niet in je eigen database staat.
Samen helpen deze signalen om te bepalen wat de logische vervolgstap is: verder analyseren, controleren, opslaan of overslaan.